Libertarisch Schetsboek (6) – Markt versus kapitalisme

Libertarisch Schetsboek (6) – Markt versus kapitalisme
16/06/2020 Karel Beckman

Libertariërs geloven nog vaak dat we in een “mixed economy” leven – een deel staat, een deel vrije markt. Maar in werkelijkheid is de staat allesbepalend.

Wat vindt u, moet een apotheker worden verplicht de morning-after pil te verkopen aan iedere vrouw die daar om vraagt? Of mag hij dat weigeren als hij het tegen zijn principes vindt?

(Sorry voor dit flauwe Amerikaanse voorbeeldje. Het wordt spannender.)

Ik denk dat de meeste libertariërs geneigd zullen zijn om te antwoorden dat de apotheker zoiets zelf mag bepalen.

Maar is dat wel zo logisch? De medicijnenmarkt is geen vrije markt. Apothekers hebben een monopolie-positie die hen verleend is door de staat. Als je ze dan ook nog het recht geeft om medicijnen te weigeren aan mensen die daar om vragen, is dit dubbel onrecht!

Dit voorbeeldje komt uit een boeiend boek, getiteld Markets, Not Capitalism, een verzameling essays onder redactie van twee Amerikaanse “anarchistische” auteurs, Gary Chartier en Charles W. Johnson.

De ondertitel van het boek, uitgegeven door het Center for a Stateless Society (C4SS), omschrijft het beste waar het over gaat: “Individualist anarchism against bosses, inequality, corporate power, and structural poverty”.

De term “individualist anarchism” duidt op een stroming binnen het anarchisme die net als het libertarisme niets moet hebben van de staat, maar anders dan andere anarchistische stromingen, ook niet socialistisch is.

Wat is het verschil dan tussen individualistisch anarchisme en libertarisme? Ik zie het vooral als een verschil in stijl, cultuur, persoonlijke voorkeuren en prioriteiten. Je zou individualistische anarchisten linkse libertariërs kunnen noemen – links in de zin dat ze “linkse” thema’s als armoede, ongelijkheid, en milieuvervuiling benadrukken, maar libertarisch in de zin dat ze oplossingen zoeken buiten de staat om.

“Je moet eerst de boeien verwijderen, dan de krukken”

Chartier en Johnson zijn dan ook, zoals de titel van hun boek aangeeft, voorstander van de vrije markt, maar ze omschrijven zich als tegenstanders van het “kapitalisme”. Persoonlijk vind ik dat wat irritant. Hun redenatie is dat het zogenaamde kapitalistische systeem dat wij hebben, niets te maken heeft met de vrije markt, wat natuurlijk waar is, maar dan zou je het ook geen kapitalisme kunnen noemen.

Aan de andere kant, libertariërs doen het zelf ook: zij beschrijven het politiek-economische systeem in de Verenigde Staten vaak als “crony capitalism”, waarmee ze duiden op de innige, mafia-achtige band tussen de overheid en het bedrijfsleven waardoor het Amerikaanse systeem wordt gekenmerkt.

Sociale huurwoningen

Hoe dan ook, libertariërs en individualistische anarchisten zijn het eens in hun afwijzing van de staat. Niet toevallig staan in “Markets not Capitalism” ook diverse bijdragen van bekende libertariërs zoals Murray Rothbard, Roy A. Childs Jr. en Sheldon Richman.

Toch gaan de anarchisten verder in hun kritiek op het systeem dan de meeste libertariërs en daarmee zetten ze je wel aan het denken, vind ik zelf.

Libertariërs hebben de neiging om voorstander te zijn van iedere hervorming van het politieke systeem dat leidt tot minder overheidsinterventie. Maar de anarchisten wijzen erop dat sommige van die overheidsinterventies juist bedoeld zijn om het onrecht dat het gevolg is van eerdere overheidsinterventies te beperken, zoals in het apothekersvoorbeeld.

Laat ik een ander voorbeeld geven dat ik zelf heb bedacht en dat relevanter is voor Nederland anno nu. Wat vindt u, moeten gemeenten zorgen voor sociale huurwoningen? Of moet de verdeling van woningen aan de vrije markt worden overgelaten?

Als libertariër bent u waarschijnlijk tegen het sociale huurstelsel, maar u voelt natuurlijk wel waar de schoen wringt. Met het afschaffen van sociale huurwoningen heb je namelijk nog lang geen vrije woningmarkt gerealiseerd.

De huidige huizenmarkt heeft niets met de vrije markt te maken. Hij wordt om te beginnen totaal verziekt door het geldbeleid van de staat en de centrale banken. Daarnaast hebben projectontwikkelaars en bouwbedrijven te maken met een lawine aan regelgeving, zoals milieu-eisen en belastingen die de huizenprijzen opdrijven. Als je het sociale huurstelsel afschaft en verder niets doet aan deze interventies, bereik je alleen dat mensen met weinig geld helemaal geen kans meer hebben.

Maar zelfs dat is niet het hele verhaal. Het gaat verder: aangezien de hele economie door de staat wordt beheerst, zijn er nog allerlei andere onrechtvaardigheden die niet rechtstreeks met de woningmarkt te maken hebben, maar daar toch invloed op hebben.

Neem het simpele feit dat er heel veel duurbetaalde ambtenaren zijn die makkelijk aan een hypotheek kunnen komen vanwege hun salaris en rechtspositie. Zij drijven de huizenprijzen voor iedereen op. Denk aan de komst onlangs van het Europese Medicijnagentschap naar Amsterdam: 900 kapitaalkrachtige EU-ambtenaren met een gegarandeerde baan komen er even bij op de huizenmarkt.

Of neem duurbetaalde managers en aandeelhouders van bedrijven die profiteren van lucratieve overheidscontracten, zoals wapenfabrikanten. Ook zij drijven de prijzen op de woningmarkt op. En niet alleen op de woningmarkt: ze drijven alle prijzen op.

Je moet je afvragen of je sociale huurwoningen en andere “vangnetten”, moet willen afschaffen zolang er mensen zijn die profiteren van de staat ten koste van anderen. Zoals Carson aangeeft: als je het systeem wil hervormen, is het wel belangrijk om de juiste prioriteiten te stellen: “Je moet eerst de boeien verwijderen, dan de krukken.” (“First the shackles, then the crutches.”)

Bij “vrije-markt hervormingen” wordt vaak het eerst gedacht aan het aanpakken van misbruik van de bijstand en dat soort dingen, maar eerlijker zou het volgens de individualistische anarchisten zijn om je eerst te richten op het aanpakken van de vermogens van de eerdergenoemde ambtenaren, managers, aandeelhouders en alle anderen die hun vermogen te danken hebben aan staatsdwang. Die mensen zou je eerst eens flink moeten korten.

Dat lijkt een erg radicaal, “links”, idee, maar dit is wat ons aller Murray Rothbard erover zegt in het boek:

What of the myriad of corporations which are integral parts of the military-industrial complex, which not only get over half or sometimes virtually all their revenue from the government but also participate in mass murder? What are their credentials to “private” property? Surely less than zero. As eager lobbyists for these contracts and subsidies, as co-founders of the garrison state, they deserve confiscation and reversion of their property to the genuine private sector as rapidly as possible. To say that their “private” property must be respected is to say that the property stolen by the horsethief and the murderer must be “respected.” (Murray Rothbard, “Confiscation and The Homestead Principle”, 1969, In: Markets, not Capitalism)

“Mixed economy”

Wat Rothbards voorbeeld laat zien – en dit is ook het belangrijkste punt dat de anarchisten maken in “Markets, not Capitalism” – is dat wij ons nog te weinig realiseren hoe diep verweven de staat is met de economie. Ja, zelfs wij, libertariërs. Wij hebben nog vaak het idee dat we in een “mixed economy” leven, met een deel staat en een deel vrije markt. Maar de individualistische anarchisten betogen dat zelfs waar sprake lijkt van een vrije markt, dit niet het geval is. De staat is allesbepalend.

Neem een ander bedrieglijk simpel voorbeeld dat in het boek ter sprake komt: autoverzekeringen. Een vrije markt, nietwaar? Kan iedereen aan meedoen, vraag en aanbod? Maar ook zo’n markt is strak gereguleerd door de staat. Dergelijke verzekeringen moeten aan ontelbaar veel eisen voldoen, waardoor slechts een heel beperkt aantal partijen in staat is om ze aan te bieden. Meestal weten die partijen het zo te bekonkelen met de politiek dat de regels in de loop der tijd alleen maar ingewikkelder worden, zodat er van een echt vrije markt geen sprake is.

Je kunt in een commune gaan wonen en ruilhandeltjes op gaan zetten met je mede-libertariërs en anarchisten, maar dat blijft gerommel in de marge

Hetzelfde geldt voor talloze andere activiteiten: hypotheken, belastingaangiften, arbeidscontracten, computerprogramma’s, ga zo maar door. Een heel belangrijke overheidsinterventie in dit verband zijn intellectuele eigendomsrechten, die een enorme impact hebben op de economische verhoudingen (denk bijvoorbeeld aan de machtspositie van een bedrijf als Microsoft). Daar kom ik later in deze serie nog over te spreken.

Het punt bij dit alles is dat het aangaan van alternatieve vrijwillige relaties tussen mensen sterk wordt beperkt doordat veel activiteiten in verregaande mate worden gecontroleerd door de staat. Je kunt daar als burger heel moeilijk aan ontkomen. Als je een huis wil kopen of met iemand een bedrijf wil beginnen of een verzekering wil afsluiten, enzovoort, heb je weinig vrije keuze. Denk alleen al aan het door de staat gecontroleerde geldsysteem, waar niet aan te ontkomen valt. Ja, je kunt in een commune gaan wonen en ruilhandeltjes op gaan zetten met je mede-libertariërs en anarchisten, maar dat blijft gerommel in de marge.

Radicaal links

In hun aanval op het “kapitalisme” (in mijn visie: nepkapitalisme) richten Chartier en Johnson hun pijlen ook op de ultieme “kapitalistische” organisatie: de vennootschap (“corporation”). Zij beweren dat de vennootschap als zodanig – qua juridische constructie – tegenstrijdig is aan de vrije markt. De B.V. als creatie van de staat!

Bizar? Dat lijkt misschien zo, maar hun redenatie is simpel: zij stellen dat de vennootschap een door de staat verleende juridische constructie is, die de eigenaren bepaalde privileges verleent, die zij in een werkelijk vrije markt nooit hadden kunnen verkrijgen. Dan gaat het met name om beperkte aansprakelijkheid.

Zij citeren ene Jeremy Weiland:

“…. privileges granted by the State to corporations that no human can claim, such as limited liability, represent a fiat subsidy. Imagine the cost of privately insuring the value of the total market capitalization of the world’s corporations! But the utility of the subsidy goes even further, because it allows investors to hire managers who have a legal mandate to pursue profits while maintaining a distance from the way the profits are pursued. Highly capitalized firms, who by their sheer size wield far more potential for harm than any single individual, essentially obfuscate the way decisions are made so that if third parties to the stockholder-manager relationship are harmed, stockholders cannot lose more than their investment.

Ook dit mag radicaal “links”overkomen, maar ook in dit geval is er een libertarische held, de briljante Vlaamse rechtsgeleerde Frank van Dun, die er precies zo over denkt.

In zijn artikel “The Modern Business Corporation versus The Free Market?”, schrijft Van Dun dat individuen natuurlijk best met elkaar mogen samenwerken in een partnership, maar dat geeft ze nog niet het recht om aansprakelijkheid voor hun handelingen af te wijzen:

How the partners assign responsibilities and liabilities among themselves is their business, but they lawfully cannot agree to deflect them to the artificial corporate person that they created. The partners own the corporation, and, as owners, they are fully responsible and liable for what “it” does. I cannot give lawful personality to my dog or my car and tell others that, when an accident happens, they should sue the dog or the car and leave me alone. In natural law, a corporation is just as much a means of human action as a dog, a car, or any other tool might be.

Van Dun wijst erop dat de beursgenoteerde naamloze vennootschap anders in elkaar zit dan een gewoon particulier bedrijf. De aandeelhouders verschaffen kapitaal, maar zijn niet werkelijk eigenaren. Ze kunnen niet worden aangesproken op de acties van het bedrijf en zijn ook niet aansprakelijk voor schulden of verliezen. De managers leiden het bedrijf maar zijn ook geen eigenaar. Volgens Van Dun werkt deze door de staat gesteunde constructie risicovol en onverantwoord gedrag in de hand – gedrag dat zelfstandige ondernemers, die volledig aansprakelijk zijn voor hun handelingen, zich niet kunnen permitteren.

Van Dun voegt hier overigens wel aan toe dat er één soort rechtsvorm is die nog fouter is  dan de beursgenoteerde vennootschap. Deze rechtsvorm stelt de directeuren ervan namelijk in staat schulden te maken en acties te ondernemen waar ze anderen, die geen eigenaar zijn en niets te vertellen hebben over de organisatie, aansprakelijk voor kunnen stellen! Die rechtsvorm kennen we allemaal. Hij heet de staat.

Moraal van het verhaal: niets is wat het lijkt.

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*