Libertarisch Schetsboek (2) – Geen slaven, geen staten

Libertarisch Schetsboek (2) – Geen slaven, geen staten
21/05/2020 Karel Beckman

De Britse filosoof Thomas Hobbes heeft ons als geen ander bang gemaakt voor het “primitieve” bestaan buiten de staat. Dat is volgens hem “lonely, poor, nasty, brutish and short … no arts, no letters, no society – and which is worst of all: continual fear, and danger of violent death”.

Dat de “natuurtoestand” zo ellendig is, komt volgens Hobbes omdat mensen nu eenmaal slecht zijn en elkaar naar het leven staan. De enige oplossing: een sterke staat om hen in het gareel te houden.

Uiteraard bevat dit argument een levensgrote tegenstrijdigheid, waarop al vaak is gewezen: als de mens van nature slecht is, dan is de staat dat ook, want de staat bestaat uit mensen. De staat kan dus nooit een oplossing zijn van het probleem. (Zie bijvoorbeeld dit artikel van Robert Higgs, voor wie hier meer over wil weten.)

Maar waar ik het hier over wil hebben is niet de vraag of we wel of geen staat nodig hebben, maar of het leven in de “natuurtoestand” echt zo beroerd is/was in vergelijking met het leven binnen een staat.

Een boeiend boek over dit onderwerp is Against the Grain – A Deep History  of the Earliest States, van James C. Scott, dat in 2017 is verschenen bij Yale University Press. Volgens Scott, een hoogleraar aan Yale – geen “libertariër” of “anarchist” voor zover ik weet, maar wel iemand die al heel lang kritisch reflecteert op hoe staten functioneren, getuige zijn eerdere boeken Seeing Like A State en The Art of Not Being Governed – is het idee dat de komst van de staat een zegen was op zijn zachtst gezegd discutabel.

De geschiedenis van de mens, schrijft Scott, wordt meestal verteld als een succesverhaal met een opgaande lijn, waarin de vorming van de staat een belangrijke rol speelt.

“The narrative of this process has typically been told as one of progress, of civilization and public order, and of increasing health and leisure … From Thomas Hobbes to John Locke to Giambattista Vico to Lewis Henry Morgan to Friedrich Engels to Herbert Spencer to Oswald Spengler to social Darwinist accounts of social evolution in general, the sequence of progress from hunting and gathering to nomadism to agriculture (and from band to village to town to city) was settled doctrine…. No one, once shown the techniques of agriculture, would dream of remaining a nomad or forager.”

In deze standaard interpretatie van de geschiedenis word er vanuit gegaan dat het ontstaan van de landbouw leidde tot een “sedentair” bestaan gevolgd door de vorming van staten, die de economie organiseerden en zorgden voor de broodnodige cultuur, maar deze voorstelling van zaken is te simpel volgens Scott.

De eerste staten, schrijft hij, ontstonden rond 3100 BCE (voor Christus) – vierduizend jaar na het ontstaan van de landbouw. Duizenden jaren lang wisten de “barbaren” zich prima in leven te houden, noteert Scott – een periode die hij met een knipoog omschrijft als “the Golden Age of the Barbarians”.

Natuurlijk was de “natuurtoestand” waarin deze voorvaderen van ons leefden, geen aards paradijs, maar er is volgens hem ook geen reden om aan te nemen dat het leven echt zo beroerd was als Hobbes veronderstelde. De voedselvoorziening was waarschijnlijk goed op orde:

“Long before the deliberate planting of seeds in ploughed fields, foragers had developed all the harvest tools, winnowing baskets, grindstones and mortals and pestles to process wild grains and pulses. One scientist has shown that in Anatolia there are wild wheats that can be gathered with a flint sickle in three weeks to feed a family for a year.”

Zelfs rond 2000 BCE, meer dan duizend jaar na het ontstaan van de eerste staten, was de staat bij lange na niet de dominante politieke structuur in de wereld. Integendeel, je kon in die tijd nog steeds de wereld rond reizen zonder een belastinginspecteur of douanier tegen te komen:

“[States] were a mere smudge on the map of the ancient world and not much more than a rounding error in total global population estimated at roughly 25 million. Most of the world’s population continued to live outside the immediate grasp of states and their taxes for a very long time. … In much of the world there was no state at all until quite recently.”

Waarom de eerste staten uiteindelijk toch geleidelijk steeds dominanter werden, is volgens Scott niet zeker. In de schoolboekjes leren we (ik kan me dat althans herinneren uit mijn schooltijd) dat staten in staat waren om grote irrigatiewerken te organiseren waardoor de productie van voedsel kon worden opgeschroefd, maar ook dat blijkt een sprookje als we Scott mogen geloven. Het berust op het misverstand dat het zuiden van Mesopotamië, waar de irrigatiewerken werden uitgevoerd, 8500 jaar geleden net zo droog was als tegenwoordig, maar dat was niet zo. Het was een moerasgebied waar de barbaren vrij en blij leefden in nederzettingen van tot wel duizend mensen.

Waar staten hun succes waarschijnlijk aan te danken hadden, zegt Scott, en waar ze in elk geval in uitblonken, is domesticatie: van dieren, planten – met name granen, die door hun uniformiteit ook konden dienen als betaalmiddel en grondslag voor belastingheffing – en bovenal van mensen. De USP van de eerste staten was hun vermogen om slaven te vergaren en in te zetten als werkkrachten:

“The imperative of collecting people, settling them close to the core of power, holding them there, and having them produce a surplus in excess of their own needs animates much of early statecraft. …. Evidence for the extensive use of unfree labor – war captives, indentured servitude, temple slavery, slave markets, forced resettlement in labor colonies, convict labor and communal slavery (for example, Sparta’s helots) – is overwhelming.”

Slavernij werd weliswaar niet uitgevonden door de staat, schrijft Scott, maar:

“the early state elaborated and scaled up the institution of slavery as an essential means to maximize its productive population and the surplus it could appropriate. It would be almost impossible to exaggerate the centrality of bondage … in the development of the state until very recently…. As late as 1800 roughly three-quarters of the world’s population could be said to be living in bondage. In Southeast Asia all early states were slave states and slaving states; the most valuable cargo of Malay traders in insular southeast Asia were, until the late 19th century, slaves.”

Ook de oude Grieken en Romeinen, om een ander voorbeeld te noemen, piekerden er niet over om zelf de kost te verdienen. Daar hadden zij hun hulpjes voor:

“Imperial Rome … turned much of the Mediterranean basin into a massive slave emporium…. In the classical world slaves became a unit of measurement, at one point in Athens a pair of working mules was worth three slaves.”

Slaven werden zo slecht behandeld dat ze zich niet voortplantten. De staten moesten daarom voortdurend hun voorraad aanvullen. Dat deden ze door oorlogen en plunderingen en door slaven te kopen van de barbaren.

Het was dus niet zo, stelt Scott, dat barbaren zich spontaan aanmeldden om in de grote stad te mogen wonen en een sociaal contract kregen voorgeschoteld van de machthebbers:

“The vision of the state, one dear to the heart of such social-contract theorists as Hobbes and Locke, as a magnet of civil peace, social order and freedom from fear, drawing people in by its charisma … [has to be] reexamined.”

Het was eerder andersom: de staten moesten voortdurend oppassen dat slaven niet wisten te ontsnappen. De wetboeken in de eerste staten, zoals de beroemde Codex Hammurabi, stonden vol met straffen voor wie het waagde slaven daarbij te helpen. De Chinese Muur, merkt Scott ook nog op, diende er niet alleen voor om slecht volk buiten de deur te houden maar ook om de belastingbetaler binnen te houden.

De rol van dwangarbeid en slavernij was zo essentieel voor het behoud van staatsmacht, stelt Scott, dat het moeilijk voor te stellen is dat staten lang hadden kunnen voortbestaan zonder dwangarbeiders en slaven.” Zijn eindconclusie: “no slavery, no state.”

De moraal: staten zijn niet ontstaan om mensen te beschermen tegen chaos en geweld, maar om een kleine machtselite aan een dikke boterham te helpen zonder dat ze er zelf iets voor hoefden te doen. Wat dat betreft is er niet veel veranderd.

Het eerste deel in deze nieuwe serie vindt u hier:
Libertarisch Schetsboek (1) – Vrijheid komt van de straat, niet van de staat

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*