Libertarisch Schetsboek (1) – Vrijheid komt van de straat, niet van de staat

Libertarisch Schetsboek (1) – Vrijheid komt van de straat, niet van de staat
17/05/2020 Karel Beckman

Het idee dat veel mensen hebben bij een samenleving zonder staat is dat het een toestand in de toekomst beschrijft, een utopie, iets wat misschien ooit zal worden bereikt, als er geen “slechte mensen” meer zijn op de wereld.

foto: Arie

Maar dat is een misverstand. Iemand die dit heel mooi beschrijft is de “links” georiënteerde antropoloog en activist David Graeber – een van de oprichters van de Occupy beweging.

Anarchisme, schrijft Graeber – ik citeer hier uit een artikel dat Kevin A. Carson heeft geschreven over hem[1]– is  niet een theoretisch bedenksel van de een of andere intellectueel, het is simpelweg hoe mensen leven als ze niet worden gehinderd door de staat:

“Anarchism isn’t what people will do after the Revolution, when some sort of ‘New Anarchist Man’ has emerged who can be trusted with autonomy; it’s what they do right now… Anarchism isn’t just a grand theory that was invented by some big league thinker, like Marx in the London Museum. It’s what people actually do. The basic principles of anarchism—self-organization, voluntary association, mutual aid—referred to forms of human behavior they [19th century anarchist thinkers] assumed to have been around about as long as humanity.”

Hetzelfde geldt voor “democratie”, in de betekenis van het recht van mensen om mee te beslissen over zaken die hen aangaan. Als je aan een willekeurig iemand vraagt, waar komt democratie vandaan, dan krijg je meestal als antwoord: uit het oude Griekenland! Onzin, zegt Graeber. Democratie en anarchisme zijn gewoonweg daar waar de macht niet is:

“We are usually told that democracy originated in ancient Athens—like science, or philosophy, it was a Greek invention. It’s never entirely clear what this is supposed to mean. Are we supposed to believe that before the Athenians, it never really occurred to anyone, anywhere, to gather all the members of their community in order to make joint decisions in a way that gave everyone equal say? That would be ridiculous. Clearly there have been plenty of egalitarian societies in history— many far more egalitarian than Athens, many that must have existed before 500 BCE—and obviously, they must have had some kind of procedure for coming to decisions for matters of collective importance. Yet somehow, it is always assumed that these procedures, whatever they might have been, could not have been, properly speaking, ‘democratic’.”

Hoe zit het met verkiezingen? Is dat geen “Griekse” uitvinding? So what, zegt Graeber. Samen beslissingen nemen, op basis van consensus, is heel wat anders dan stemmen bij verkiezingen. Dat laatste doe je als een besluit wilt afdwingen, als je de minderheid wilt dwingen om de wil van de meerderheid te volgen. Maar zeker in kleinere, decentrale samenlevingen, schrijft Graeber, “the last thing one would want to do is to hold a vote: a public contest which someone will be seen to lose. Voting would be the most likely means to guarantee humiliations, resentments, hatreds, in the end, the destruction of communities.”

Je hoeft alleen maar naar onze moderne democratieën te kijken om hier de waarheid van in te zien.

Het (tegenstrijdige) idee dat vrijheid iets is dat ons door de staat wordt geschonken, of dat bedacht is door een paar wijze mannen in een regeringsgebouw, zit diep in ons collectieve bewustzijn verankerd. Neem het ontstaansverhaal van de Verenigde Staten. Het idee is dat de oprichting van de Verenigde Staten, met het aannemen van de Grondwet in 1787, het begin vormt van “de vrijheid” in Amerika.

Zoals Graeber schrijft: “There is these days an identification between the U.S. state or government and the idea of individual freedom, as if the former is the expression and creator of the latter.” Terwijl het omgekeerde eerder waar is: “In fact, more likely the state/government consistently worked to limit freedom in America.”

Libertarisch georiënteerde anarchisten hebben hier al vaker op gewezen. Zoals Ryan McMaken schrijft in een artikel voor Mises.org:

“Bizarrely revered by many as a “pro-freedom” document, the document now generally called “the Constitution” was originally devoted almost entirely toward creating a new, bigger, more coercive, more expensive version of the United States. The United States, of course, had already existed since 1777 under a functioning constitution that had allowed the United States to enter into numerous international alliances and win a war against the most powerful empire on earth. That wasn’t good enough for the oligarchs of the day, the crony capitalists with names like Washington, Madison, and, Hamilton.  Hamilton and friends had long plotted for a more powerful United States government to allow the mega-rich of the time, like George Washington and James Madison, to more easily develop their lands and investments with the help of government infrastructure. Hamilton wanted to create a clone of the British empire to allow him to indulge his grandiose dreams of financial imperialism.”

De libertarische rechtsgeleerde Butler Shaffer maakt in een artikel uit 2017 ook gehakt van het idee dat de Amerikaanse grondwet er is om de rechten van het individu te beschermen:

“Though the Constitution contains numerous words, two passages in Article I, Section 8 are sufficient to confirm its unrestrained power given to the state. One passage at the beginning of this section provides that “The Congress shall have Power … to provide for the common Defence and general Welfare of the United States.” This power is elaborated upon by the concluding words to this section that Congress shall have the power “To make all Laws which shall be necessary and proper for carrying into Execution the foregoing Powers, and all other Powers vested by this Constitution in the Government of the United States, or in any Department or Officer thereof.”

Volgens Graeber was het leven in Amerika in het koloniale tijdperk, vóór 1787, aan de “frontier”, in vele opzichten dan ook vrijer dan het leven onder de Amerikaanse Staat:

“The frontier settlements of North America, whose inhabitants …had little in common with the classically educated delegates to the Philadelphia Convention, improvised democratic forms of self-governance much like the pirates … those early colonies were far more similar to pirate ships than we are given to imagine…  they were spaces of intercultural improvisation, and, like the pirate ships, largely outside the purview of any states. …”

Kolonisten mengden zich vrijelijk met “native Americans” in de buitengebieden, iets wat de conservatieve kolonisten een gruwel was:

“It’s only recently that historians have begun to document just how thoroughly entangled the societies of settlers and natives were in those early days, with settlers adopting Indian crops, clothes, medicines, customs, and styles of warfare. They engaged in trading, often living side by side, sometimes intermarrying, while others lived for years as captives in Indian communities before returning to their homes having learned native languages, habits, and mores. … In the 1690s, at the same time as the famous Boston Calvinist minister Cotton Mather was inveighing against pirates as a blaspheming scourge of mankind, he was also complaining that his fellow settlers, led astray by the ease of the climate in the New World and relaxed attitudes of its native inhabitants, had begun to undergo what he called “Indianization”—refusing to apply corporal punishment to their children, and thus undermining the principles of discipline, hierarchy, and formality that should govern relations between masters and servants, men and women, or young and old…”

De historici Peter Linebaugh en Marcus Rediker spreken zelfs van een “Atlantisch proletariaat” dat in relatieve anarchie leefde:

“… the motley collection of freedmen, sailors, ship’s whores, renegades, Antinomians, and rebels who developed in the port cities of the North Atlantic world before the emergence of modern racism, and from whom much of the democratic impulse of the American— and other—revolutions seems to have first emerged.”

De moraal: het is een illusie om te denken dat echte vrijheid bestaat binnen een machtsstructuur als de staat, ook niet in zogenaamde “democratische” of “liberale” staten. Wat dat betreft verlang ik er soms wel naar om tussen de hoeren en piraten te leven, in een tijd dat je nog gewoon dood ging aan een virus, of niet, maar je er in ieder geval niet bang door liet maken.

[1] Citaten afkomstig uit Kevin A. Carson, “David Graeber’s Anarchist Thought: A Survey”, in: “The Anatomy of Escape – A Defense of the Commons”, Center for a Stateless Society (C4SS), 2019

1 Reactie

Pingbacks

  1. […] Het eerste deel in deze nieuwe serie vindt u hier: Libertarisch Schetsboek (1) – Vrijheid komt van de straat, niet van de staat […]

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*