Een bescheiden voorstel: laten we de wereld veranderen in 10.000 Vlaanderens

Een bescheiden voorstel: laten we de wereld veranderen in 10.000 Vlaanderens
21/11/2021 Karel Beckman

Veel mensen geloven dat de overheid er “voor ons” is. Dat is een misvatting. Ook al hebben politici en overheidsdienaren de beste bedoelingen, de aard van de staat leidt onherroepelijk tot corruptie en onderdrukking. Daarvoor is maar één echte oplossing: we moeten het staatsapparaat zelf ontmantelen en mensen weer de controle geven over hun eigen leven. Dat kan alleen in kleine, gedecentraliseerde bestuurseenheden.

Na 2020 kan niemand er meer onderuit. Nederland is een dictatuur. De overheid heeft laten zien dat zij er niet voor terugschrikt diep in te grijpen in ons leven. Om te bepalen wie we wel en niet mogen zien, of we wel en niet op straat mogen lopen, of we vrij mogen ademen, of we zelf over ons lichaam mogen beschikken.

Veel mensen zijn verontwaardigd als je zoiets zegt. We worden toch niet massaal in de gevangenis gesmeten? We hebben toch geen gaskamers? Maar dictatuur bestaat in vele vormen. De DDR was een dictatuur. Het Romeinse Rijk ook. 1984 ziet er weer heel anders uit dan Brave New World.

Voor veel mensen is het per definitie onmogelijk dat we in een dictatuur leven. We leven immers in een democratie. En democratie is hetzelfde als vrijheid, zo is ons geleerd.

Maar is dat zo? Vrijheid is het recht van ieder mens om over zijn of haar eigen leven te beschikken. Dictatuur betekent dat sommige mensen het recht hebben om te beschikken over het leven van anderen. Feit is dat in ons democratische systeem de staat beslist over alle belangrijke aspecten van ons leven. Dat was al zo vóór de coronacrisis uitbrak. En is nu alleen maar nóg zichtbaarder geworden.

De staat beslist wat er aan voedsel verbouwd mag worden, hoeveel, door wie, hoe het moet worden verpakt, wat er aan mag worden toegevoegd. Hoe onze sociale voorzieningen zijn geregeld, onze pensioenen, ons financiële stelsel, ons zorgstelsel, ons onderwijssysteem. De staat bepaalt onze grenzen, reguleert onze economische relaties, onze sociale interacties, ons persoonlijke gedrag, onze seksuele activiteiten, wat we mogen zeggen, schrijven en afbeelden, waar we ons mogen bevinden – zelfs hoe we mogen heten, hoe we ons moeten registreren, aan welke voorwaarden we moeten voldoen om te worden erkend als “burger”. En of we wel of niet “gezond” zijn…

Vrijheid betekent dat je zelf mag kiezen wat je eet. Hoe je leeft, hoe je je gezondheidszorg of onderwijs of pensioen regelt, wat je met je lichaam doet, wat je zegt of schrijft, wat je als geld beschouwt, hoeveel afstand je houdt tot je medemensen, of je je wilt laten injecteren of testen, je gezicht wilt bedekken, enzovoort.

Ja, we mogen stemmen over wie er in het Parlement komt te zitten, dat is onze “vrijheid”. Maar dat verandert niets aan het feit dat we de mensen die worden gekozen vervolgens moeten gehoorzamen. Het betekent hooguit dat we een héél klein, niet noemenswaardig beetje mogen “meebeslissen” over wie de macht krijgt over ons leven. Dat is alsof je naar een restaurant gaat en je mee mag stemmen over wie de kok is. Vervolgens moet je wel eten wat de pot schaft.

Het is waar dat wij in Nederland, en hetzelfde geldt voor veel andere westerse landen, een liberale historie hebben, die ons bepaalde instituties heeft nagelaten, zoals een (in theorie) onafhankelijke rechtspraak en een grondwet, die (tot op zekere hoogte) onze vrijheid ondersteunen. Dat is mooi.

Maar die liberale erfenis – de “rechtstaat” – moeten we niet verwarren met “democratie”. Er is niets in het democratische systeem dat onze rechten garandeert. Onze regering en parlement kunnen die rechten zo wijzigen of afschaffen. Dat doen ze ook regelmatig. Zoals we hebben gezien.

*

Je kunt je afvragen, is het erg dat in onze democratie alle belangrijke beslissingen “centraal” worden genomen, door de staat? Veel mensen geloven dat de overheid er “voor ons” is. Dat onze politieke leiders, bestuurders en adviseurs de beste bedoelingen hebben – ook al maken ze natuurlijk fouten en zitten er “rotte appels” tussen.

Maar het gaat er niet om wat precies de “bedoelingen” zijn van onze bestuurders en ambtenaren. Het is, om te beginnen, niet zo simpel om vast te stellen hoe iemand iets “bedoelt”. Mensen hebben allerlei verschillende motieven voor wat ze doen – goede, slechte, altruïstische, zelfzuchtige, jaloerse, genereuze (en ze zijn er ook heel goed in om zichzelf wijs te maken dat wat zij doen goed en gerechtvaardigd is, ook al worden ze er toevallig zelf ook beter van).

Waar het om gaat is dat de overheid, de staat, niet een “gewone” partij is, die “tussen” de burgers en andere partijen staat. De staat is een specifieke organisatie. Het is een machtsorgaan, een controle-instrument, een apparaat dat werkt met dwang. Als een vertegenwoordiger van de staat iets besluit, dan worden gewone burgers op straffe van opsluiting gedwongen om daar gehoor aan te geven. De staat bepaalt daarnaast de wetten en regels waaraan iedereen is gedwongen zich te houden.

Het feit dat de staat deze macht heeft, geeft deze organisatie een hele andere positie in de samenleving dan andere organisaties of instellingen. En dat heeft onvermijdelijk gevolgen voor hoe hij functioneert, ongeacht de bedoelingen van degenen die namens de staat handelen. En ongeacht of ze democratisch zijn gekozen of niet. Het bestaan van een dergelijke macht leidt welhaast onvermijdelijk tot misbruik.

Dat is ook niet zo moeilijk te begrijpen.

Als je een apparaat hebt dat regels en wetten kan uitvaardigen, waar iedereen zich aan moet houden, zouden daar geen mensen op afkomen die proberen voor zichzelf voordelen en voorrechten te regelen of die hun ideologische doelen willen opleggen aan anderen?

Als je een organisatie hebt, die een vrijwel onbeperkte bron van inkomsten heeft, zou dat geen mensen aantrekken die daarvan gebruik proberen te maken voor eigen gewin?

Als je een organisatie hebt die eigenhandig kan bepalen wat voor taken zij allemaal moet uitvoeren, zonder dat zij daarvoor de directe instemming nodig heeft voor degenen die ervoor moeten betalen, zouden de mensen die voor dat apparaat werken niet proberen om zichzelf allerlei belangrijke functies toe te kennen en allerlei projecten te starten die hun eigen bestaansrecht garanderen?

Als je een organisatie hebt die buiten en boven de wet kan opereren, die de meest geavanceerde wapens kan aanschaffen of laten maken, die mensen kan afluisteren, opsluiten, martelen en vermoorden, die oorlogen kan beginnen, zou dat geen gewetenloze types aantrekken die in hun zucht naar winst en macht deze dodelijke instrumenten in handen zullen willen krijgen om er dood en verderf mee te zaaien?

Is het redelijk om te denken dat, als je een apparaat in het leven roept dat over ongelimiteerde macht beschikt – dat al het land en alle grondstoffen controleert, al het geld, alle wapens, alle wetten – dit apparaat dan vervolgens in handen komt van onschuldige, idealistische, goedbedoelende, milieuvriendelijke, sociale, wijze, bescheiden, eerlijke en integere personen die het beste voor hebben met de mensheid? Ligt het niet meer voor de hand dat dit apparaat wordt gekaapt door goed georganiseerde lobbyclubs, geldbeluste zakenmensen, cynische manipulators, om nog maar te zwijgen van fanatieke wereldverbeteraars, psychopaten, en andere machtswellustelingen?

Er wordt vaak gezegd dat onze regeringen direct of indirect in handen zijn of worden gestuurd door “partijen op de achtergrond” – wie dat dan ook moge zijn, miljardairs, bankiers, vrijmetselaars, de Illuminati, de VN, het IMF, de EU, het World Economic Forum, de klimaatlobby. Ik twijfel er niet aan dat dit waar is. Maar wat is de implicatie hiervan? Je kunt deze profiteurs en samenzweerders bestrijden, maar dat is symptoombestrijding. Zolang de staat bestaat, zolang er absolute macht bestaat, zullen er altijd weer nieuwe profiteurs en samenzweerders van die macht gebruik maken.

Zoals de Britse liberale politicus en historicus Lord Acton het treffend uitdrukte: Power corrupts and absolute power corrupts absolutely.

Als je vrijheid wilt, moet je de oorzaak van de onvrijheid aanpakken: het bestaan van macht.

*

Het bestaan van macht – het feit dat sommige mensen over het leven van anderen kunnen beschikken – verklaart waarom de wereld aanhoudend wordt geteisterd door corruptie, bureaucratie, parasitisme, uitbuiting, diefstal, sociale conflicten, repressie en oorlog.

Nu en dan verzetten mensen zich tegen de macht en weten zich er tot op zekere hoogte van te bevrijden. Op dit moment gaat het weer aardig de verkeerde kant op. Een kleine elite lijkt erop uit te zijn de totale macht in de wereld te grijpen en iedereen te onderwerpen aan een totalitaire technologische controle. Om dit te bereiken zaait zij tweespalt en angst onder de bevolking – voor corona, klimaatverandering, terrorisme, enzovoort – zoals heersers altijd plegen te doen, om hun macht te rechtvaardigen.

Hoe stoppen we deze machtsgreep? Hoe bereiken we een betere wereld, waarin mensen vrij zijn, en in staat om hun eigen leven te bepalen? Hoe maken we de belofte waar van de mens als vrij en sociaal wezen die we in ons hebben, en die we ook zo vaak ervaren in ons zelf en in de mensen om ons heen?

Veel mensen beijveren zich om “de democratie te herstellen”. De huidige regering te vervangen door een andere, “betere”. Begrijpelijk. Maar democratie (in de betekenis van ons huidige democratische stelsel) is, zoals gezegd, niet de oplossing voor ons probleem. Je kunt de democratie herstellen, maar daarmee verdwijnt de macht niet. Je kunt referenda gaan invoeren, of andere vormen van directe democratie, maar wat als de meerderheid voorstander is van verplichte vaccinaties? Of wordt misleid om er voorstander van te zijn?

Anderen strijden voor grootse sociale plannen, zoals “een universeel basisinkomen”, de hedendaagse variant van het socialisme. Dat is een gevaarlijke weg, want het maakt iedereen afhankelijk van de staat, van de heersers. De geschiedenis heeft laten zien dat socialistische heilstaten meestal eindigen als helstaten.

Niettemin, “progressieve” mensen wijzen er terecht op dat je er niet zoveel aan hebt om “vrij” te zijn, als je vervolgens niet in staat bent om in je levensonderhoud te voorzien. Wat we als mensen nodig hebben is dus niet alleen vrijheid, zelfbeschikkingsrecht, maar ook de mogelijkheid om als volwaardig mens te leven. Dat betekent: niet zozeer een “recht op inkomen”, of “recht op zorg”, of “recht op onderwijs”. Dat leidt tot afhankelijkheid van degenen die deze “rechten” distribueren. Maar wel de mogelijkheid om een inkomen te verwerven, om zelf je zorg en onderwijs en huisvesting te regelen.

Met andere woorden, wat mensen nodig hebben is de mogelijkheid om op gelijkwaardige basis deel te nemen aan een productieve samenleving. In de praktijk betekent dit: recht op een plek om te wonen en werken, toegang tot land, bewegingsvrijheid, het recht om op vrijwillige basis economische en sociale relaties met anderen aan te gaan.

Als we een betere, vrijere wereld willen creëren, voor iedereen, dan moeten we ervoor zorgen dat mensen kunnen beschikken over hun eigen leven en controle krijgen over hun eigen leefomgeving. Ze moeten in staat zijn om zelf keuzes te maken en samen met anderen, op vrijwillige basis, hun voorzieningen te regelen.

Dat kan alleen als we de macht opbreken, de staatsapparaten ontmantelen, de uit hun voegen gegroeide bureaucratieën en bevoorrechte concerns afbreken, de gesubsidieerde NGOs en internationale instellingen uitschakelen, de politici en technocraten die ons almaar verder verstikken met hun wetten, regels, protocollen en richtlijnen, een halt toeroepen. We moeten de huidige trend naar machtscentralisatie stoppen. We moeten precies de andere kant op: naar decentralisatie.

*

De wereld verdeeld in 10.000 Vlaanderens. Regionale gemeenschappen. Met diverse, zelfgekozen bestuursvormen. Dat is, wellicht, hoe we eindelijk een einde kunnen maken aan de macht die de mensheid al zo lang onderdrukt.

Hoe zou ons dat helpen? En hoe realistisch is het?

Decentralisatie zal zeker niet automatisch leiden tot een wereld van rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid. Utopieën bestaan niet. Er is geen “systeem” dat de mensheid op magische wijze zal “transformeren” tot engelen en elfen. Dat zal nog heel veel eeuwen psychologische en ethische ontwikkeling vergen.

Ook in een gedecentraliseerde wereld zullen er machtswellustelingen opstaan, hoewel die minder schadelijk zullen zijn voor de rest van de wereld dan nu het geval is. Zoals Leopold Kohr, pleitbezorger van decentralisatie en auteur van het belangwekkende boek The Breakdown of Nations, heeft opgemerkt: als Hitler de Führer was geworden van Beieren, had hij lang niet zoveel ellende aangericht.

En er zijn vele voordelen. In een kleine samenleving kan de menselijke maat weer terugkeren. Mensen kunnen weer controle krijgen over hun leven, hun leefomgeving, en hun technologie. Waar veel verschillende gemeenschappen zijn, bestaan meer keuzemogelijkheden. “Bestuurlijke concurrentie” kan leiden tot beter bestuur, net als economische concurrentie leidt tot betere producten. Wanneer mensen zien dat de buren het beter doen, zullen ze die willen navolgen, of willen verhuizen.

Zorg- en onderwijsinstellingen komen weer dichter bij de mensen te staan. Mensen kunnen weer zelf kiezen hoe zij dit soort zaken willen organiseren. En ze worden gedwongen om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun handelingen, in plaats van die uit te besteden aan autoriteiten en technocraten. Dat stimuleert zelfredzaamheid en een gevoel van eigenwaarde.

Kijk naar het coronadrama. Het maakt niet uit of je dit ziet als een onbedoeld fiasco of als een geplande machtsgreep, het is mogelijk gemaakt doordat iedereen er vanzelfsprekend vanuit ging dat de overheid voor de “volksgezondheid” moet zorgen. De overheid ging er vervolgens toe over, niet onlogisch, om de hele samenleving in een ziekenhuis te veranderen.

Deze uitkomst was niet onvermijdelijk. We hadden het ook aan mensen en instellingen zelf kunnen overlaten hoe ze hadden willen omgaan met het virus. Zou er dan een ramp zijn gebeurd? Er is geen enkele reden om dat aan te nemen. Mensen zijn prima in staat om zelf risico’s in te schatten en die acties te ondernemen die zij nodig vinden om risico’s in te perken. Dat doen ze op allerlei andere gebieden ook.

Ze hadden zelf kunnen besluiten of ze mondkapjes hadden willen dragen of niet, of ze afstand hadden willen houden of niet, of ze hun kinderen hadden willen ontvangen of niet, of ze naar evenementen hadden willen gaan, of zich hadden willen laten vaccineren. Zorginstellingen en andere organisaties en bedrijven hadden de voorzorgsmaatregelen kunnen treffen die zij nodig en gewenst achtten en mensen hadden zelf kunnen besluiten hoe zij met die organisaties waren omgegaan. Artsen hadden andere behandelwijzen kunnen uitproberen dan MRNa-vaccinaties, zoals het gebruik van ivermectine. Iedereen had een eigen afweging kunnen maken tussen de kosten en baten van zijn handelingen.

Is dit een vreemde gedachte? Het is precies zoals we altijd met de griep zijn omgegaan, en dat is altijd heel redelijk verlopen!

We weten uit de geschiedenis dat “centrale planning” altijd rampzalig uitpakt. Dat komt onder meer omdat de planners en hun adviseurs, hoe slim ze ook zijn, altijd slechts over een fractie van de kennis en informatie beschikken die in een samenleving aanwezig is. Ze dragen bovendien niet de gevolgen van hun eigen besluiten, en kunnen daarom ongestraft kortzichtig zijn of megalomaan. Ware vooruitgang is het gevolg van de handelingen van individuele burgers die verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leven en dat van hun naasten en vrijwillige relaties aangaan met andere zelfredzame mensen.

Ook sociale voorzieningen, scholen en geldsystemen kunnen beter door mensen zelf, in kleinschalig verband, worden geregeld. Dat voorkomt afhankelijkheid en parasitisme, stimuleert eigen verantwoordelijkheid en beperkt regelgeving en bureaucratie.

Zelfs voor het recht – voor “law and order” – hebben we geen staat of centrale macht nodig, zoals de meeste mensen abusievelijk denken. Ook het recht kan “van onderaf” tot stand komen. In de Middeleeuwen bestonden diverse vormen van recht naast elkaar, afkomstig van de kerk, de koning, de steden, en het handelsrecht. Volgens sommige historici is het juist deze fragmentatie geweest die de oorsprong is van het succes van de Europese beschaving. In Europa bestond niet zoals bijvoorbeeld in China één allesoverheersende macht die de vooruitgang in de kiem kon smoren.

De Angelsaksische wereld kent van oudsher de “common law”  traditie, waarin recht wordt ontwikkeld door juristen en rechtbanken in plaats van door parlementen. Eenzelfde traditie bestond in de Romeinse tijd. Dit wordt prachtig beschreven door de Italiaanse rechtsgeleerde Bruno Leoni in zijn klassieke werk Freedom and the Law uit 1962. Frappant is dat de Romeinen en de Britten alom worden bewonderd om hun juridische tradities, schrijft Leoni, terwijl vrijwel niemand zich meer realiseert wat die tradities inhielden: “Iedereen prijst vandaag de dag de Romeinen en de Engelsen om hun juridische wijsheid. Slechts weinigen realiseren zich echter waar die uit bestond, dat wil zeggen, hoe onafhankelijk die was van wetgeving … en hoe groot dientengevolge de vrijheid van burgers …”

Een van de grote voordelen van de common law traditie, merkt Leoni op, is dat de rechters pas besluiten nemen als daar door individuele burgers om wordt gevraagd. Die besluiten hebben dan in principe ook niet meteen gevolgen voor de rest van de bevolking.

Vergelijk dit met het hedendaagse nationaal-democratische systeem, waarin wetten van bovenaf worden opgelegd door de staat en voor iedereen gelden – en daarom een voortdurende bron zijn van conflicten. Ik heb ooit geprobeerd om erachter te komen hoeveel wetten er over ons zijn uitgekakt in de afgelopen decennia, maar dat viel niet mee. In 2019 is er nog een bericht verschenen in de pers dat het aantal wetten en regels Nederland in tien jaar Rutte (tot 2019) met duizend is toegenomen naar 9834. De EU had volgens een andere bron in 2010 al meer dan 90.000 wetten en regelingen ingevoerd.

In de Verenigde Staten besloeg de Code of Federal Regulations in 2015 maar liefst 180.000 pagina’s. Dat is 220 keer de complete Lord of the Rings trilogie. En dit is maar een deel van de wetgeving in de V.S., alleen die van federale instanties, niet van het Congres zelf, dat ook minstens 100 nieuwe wetgevingspakketten per jaar invoert.

Deze dolgedraaide wetgevingsmachine, die niet leidt tot meer recht, maar alleen tot meer privileges, willekeur, misbruik en dwingelandij, wordt veroorzaakt doordat we ons laten besturen door centrale instanties waarvan we alle heil verwachten. Hoe moeten die anders besturen dan door wetten uit te vaardigen?

In een gedecentraliseerde wereld ligt het voor de hand dat mensen ook beter omgaan met de natuur en het milieu. Mensen die hun eigen omgeving beheersen zullen daar over het algemeen zorgvuldig mee omgaan. Ze ervaren immers zelf de consequenties van hun acties.

In gecentraliseerde staten zijn heel andere prikkels aan het werk. Heersers hebben belang bij bevolkingsgroei en economische groei, want dat bestendigt hun macht. Ze kunnen zich ook makkelijk onttrekken aan de gevolgen van hun eigen milieuvernietigende activiteiten.

*

Hoe valt een wereld van 10.000 Vlaanderens te realiseren?

De belangrijkste vraag die in dit verband moet worden beantwoord is: waar kunnen mensen wonen en wie bepaalt dat? Van wie is de aarde?

Het vraagstuk van landeigendom is de meest fundamentele van alle politieke kwesties. Het is de belangrijkste oorzaak van de meeste oorlogen die op aarde hebben plaatsgevonden. Ook vandaag de dag gaan de belangrijkste conflicten in de wereld – rond immigratie, milieu, handel, culturele, etnische en religieuze identiteit – over wie eigenaar is van welk deel van de aarde.

Op dit moment is de aarde verdeeld onder zo’n 200 staten. Zij zijn de eigenaren van al het land. Een stabiele, florerende wereldorde kun je dit niet noemen. Dat hadden we al vastgesteld.

Sommigen zouden het liefst zien dat de aarde “van iedereen” is. Een wereld zonder grenzen. Zonder landeigendom. Maar als niemand eigendom kan claimen over een stukje aarde, dan kan iedereen op elk moment worden weggevaagd door immigratie. Dan kan niemand een menswaardig bestaan opbouwen.

De Britse filosoof John Locke vond dat degenen die het land voor het eerst bewerkten, eigendomsrecht over dat land konden doen gelden. Hij vond wel dat er “genoeg land” voor anderen moest overblijven. Daar valt veel over te zeggen, maar in de kern is het volgens mij een goed idee.

Historisch gezien hebben mensen zich gevormd in gemeenschappen die gezamenlijk het land bewerkten en daar landeigendomsrechten aan ontleenden. Dit is een natuurlijke ordening die mensen de beste mogelijkheden biedt om in hun levensonderhoud te voorzien en zich te ontwikkelen, mits zij natuurlijk binnen hun gemeenschap zelfbeschikkingsrecht genieten, toegang hebben tot land, het recht om zich voort te bewegen in een publieke ruimte, en vrijwillige relaties aan te gaan met anderen.

Deze ordening impliceert dat gemeenschappen het recht hebben om mensen van buiten toegang te weigeren tot hun land (waarbij toegang iets anders is dan doorgang). Met andere woorden, om grenzen vast te stellen. Dit is nodig om een veilig en welvarend bestaan op te kunnen bouwen.

Het  bestaan van grenzen biedt ook de noodzakelijke prikkel aan andere gemeenschappen om in eigen huis orde op zaken te stellen: rechtmatig bestuur te eisen, zorgvuldig om te gaan met hun eigen hulpbronnen en natuur, en overbevolking tegen te gaan. Met andere woorden, grenzen zorgen ervoor dat gemeenschappen niet zomaar hun eigen problemen kunnen exporteren naar anderen.

Zoals Leopold Kohr schreef bestaat er in de wereld al een natuurlijke “kaart” van gemeenschappen die zich historisch hebben gevormd. Die kaart is door verovering, onteigening en onderdrukking van minderheden flink verminkt en verscheurd. Maar hij zou opnieuw kunnen worden samengesteld, in een natuurlijk proces, waarbij de huidige bewoners van landen het recht hebben om te blijven waar ze zijn, en onderdrukte minderheden het recht krijgen op onafhankelijkheid.

Uiteraard kunnen in kleinere samenlevingen de rechten van mensen net zo goed worden geschonden als in grotere. Ieder volk zal zijn eigen vrijheid moeten bevechten en bewaren. Maar in een wereld van 10.000 Vlaanderens is de kans groter dat die vrijheid zegeviert dan in een wereld met maar enkele machtsblokken. Nergens is de vrijheid zo groot geweest als in het verbrokkelde Europa met zijn vele onafhankelijke steden, stadsstaten en kleine naties. Hier is zelfs het begrip individuele vrijheid ontstaan. Dit is het tegenovergestelde van wat de EU elite in Brussel en andere machtselites in de wereld voor ogen hebben.

*

Dit essay is al veel te lang maar ik wil u niet achterlaten met alleen dit vergezicht. Ik wil ook graag heel kort een aantal praktische stappen suggereren die het ideaal van een decentrale wereld wellicht dichterbij kunnen brengen. Het is een persoonlijk lijstje, geen politiek programma. Maar het laat zien dat 10.000 Vlaanderens dichterbij zijn dan we misschien denken.

  • Ik zie geen heil in de vervanging van het huidige systeem door een ander centralistisch systeem en van de huidige instituties naar andere centrale instituties. We moeten proberen het systeem en zijn instituties overbodig te maken. Het niet bestrijden, maar omzeilen. Laat de machtsstructuren zichzelf ontbinden. Denk aan de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1989.
  • Logisch misschien maar toch: laten we ons zoveel mogelijk organiseren in kleinere politieke of sociale eenheden. Lokaal is beter dan regionaal, regionaal is beter dan nationaal, nationaal is beter dan internationaal.
  • Er zijn initiatieven om “free cities” te vormen op diverse plaatsen in de wereld, waar bewoners ook mede-eigenaren kunnen zijn van hun stad. Dat kan zeker ook in arme landen een enorme stap vooruit zijn voor mensen.
  • Steun landhervormingen. Land hoort eigendom te zijn van de mensen die er wonen en op werken. Het meeste grootgrondbezit is gebaseerd op diefstal en onteigening in het verleden.
  • Steun vredesinitiatieven. Altijd en overal. Zoals de “progressieve” Amerikaanse schrijver Randolph Bourne zei in 1918: “War is the health of the state.”
  • Regel samen met anderen je eigen sociale voorzieningen, zorgaanbod en onderwijs. Denk aan de vorm van coöperaties. Zoek op wat “friendly societies” waren in Engeland in de 19e en begin 20e eeuw, en “fraternal societies” in de Verenigde Staten.
  • Eis contracten van democratisch gekozen politici in plaats van verkiezingsbeloften. Stel ze aansprakelijk voor schending van die contracten en schade die daaruit voortvloeit.
  • Schaf verkiezingen af en wijs afgevaardigden aan per lot. Willekeurig aangestelde tijdelijke volksvertegenwoordigers zijn net zo goed in staat om namens de bevolking te handelen als beroepspolitici en zijn minder belust op eigenbelang, minder gevoelig voor chantage en lobbygroepen en beter aangesloten op de samenleving.
  • Hervorm het rechtstelsel. Laat criminelen betalen in plaats van ze op te sluiten. Maak particuliere rechtspraak mogelijk, zodat op ieder winkelcentrum een rechtbank zit, naast de supermarkt en de kledingzaak.
  • Stel maximale termijnen in voor ambtenaren, zodat iedereen de kans krijgt om een tijdje in zijn leven ambtenaar te zijn. Het is immers een voorrecht om door de belastingbetaler te worden betaald. Waarom zou niet iedereen hiervoor in aanmerking mogen komen?
  • Schaf “slachtofferloze misdaden” af. Dat zijn alle activiteiten die mensen zelf kunnen beschadigen, maar die niet anderen beschadigen, zoals het gebruik van drugs en alcohol en prostitutie. Maatschappelijke en persoonlijke problemen los je niet op door ze illegaal te verklaren. Daar creëer je juist misdaad mee en het biedt de staat enorme mogelijkheden om zijn macht te verruimen.
  • Beperk intellectuele eigendomsrechten. Een te ingewikkeld onderwerp voor nu, maar deze rechten zijn een veel grotere bron van machtsmisbruik en onrechtmatig gewin dan de meeste mensen beseffen.
  • Hervorm het financiële systeem! Gebruik cash. Ontneem banken en centrale banken het recht om geld uit het niets te creëren.
  • Verwerp alle digitale controlesystemen.
  • Verlaat de EU (zonder te betalen).

Je kunt je natuurlijk afvragen of de grote staatsapparaten een ontwikkeling richting decentralisatie zullen toelaten. Zijn wij als bevolking niet machteloos tegenover de enorme machtsconcentraties die in de wereld bestaan?

Misschien wel. Maar grote Rijken zijn vaker ingestort. In onze geschiedenisboeken wordt de ineenstorting van grote staten altijd omschreven als een ramp. Maar zoals historicus James C. Scott heeft opgemerkt, dat komt omdat de geschiedenis meestal wordt geschreven door historici in dienst van de staat. Het leven van mensen buiten de staat om is volgens hem vaak beter geweest dan het leven van de niet-elites binnen de staat.

Kleinere samenlevingen kunnen ook samenwerken op het gebied van defensie en technologie. Dat kan heel effectief zijn. De Verenigde Staten, de rijkste en machtigste staat die ooit heeft bestaan, is niet in staat gebleken landen als Vietnam, Irak en Afghanistan te onderwerpen.

Alles is mogelijk – als genoeg mensen het willen.

Karel Beckman is mede-auteur, met Frank Karsten van De Democratie Voorbij (2011), http://dedemocratievoorbij.nl/ en auteur van De Staat Voorbij (2018). Hij is op dit moment hoofdredacteur van De Andere Krant (www.deanderekrant.nl). 

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*