Blog post (1): Dat zompige land, van jou en mij

Blog post (1): Dat zompige land, van jou en mij
14/02/2020 Karel Beckman

“Als honderdduizend Nederlanders naar Irak zouden vertrekken, zou dit binnen tien jaar het mooiste land van het Midden-Oosten zijn”, zo verzuchtte ooit een Irakese vluchteling tegen Cees van Lotringen, auteur van Zoektocht naar het DNA van Nederland, dat in 2018 verscheen.

Zou het echt? Volgens Van Lotringen, die ik persoonlijk ken als een uiterst redelijk denkende sympathieke man die nog adjunct-hoofdredacteur is geweest van het Financieele Dagblad, zeker geen radicaal rechts type, eerder progressief vermoed ik, hoort Nederland “al 400 jaar bij de top van de wereld”. En wat maakt die dekselse Nederlanders zo uniek? “De ongunstige natuurlijke omstandigheden van dit zompige land maakten dat wij ons geen fatalisme konden veroorloven. Wij moesten de zeeën op, de wereld in …” We gingen handel drijven, daarna kwam de verstedelijking, en “de opstand tegen de Spanjaarden van 1568” niet te vergeten.

Er zijn dus uiterst redelijk denkende mensen die er dit soort ideeën op nahouden. Ik vermoed, weet wel bijna zeker, dat het er zelfs heel wat meer zijn dan je zou denken. Je kunt zo’n uitspraak rustig neerleggen op tafel bij Mathijs van Nieuwkerk of Eva Jinek en iedereen zal braaf knikken, zeker als Jort “Plakkaat van Verlatinghe” Kelder erbij zit.

Het ontgaat gematigd-nationalistische mensen als Van Lotringen blijkbaar dat er meer “succesvolle” samenlevingen zijn dan de Nederlandse. Amerikanen, Britten, Fransen, Duitsers, Zweden, Denen, Japanners, Australiërs, Nieuw-Zeelanders, horen toch ook allemaal tot “de top van de wereld” en zijn heus net zo welvarend als wij. Maar geen zompige landjes! Geen opstand tegen de Spanjaarden! (Ik zwijg dan nog maar even over de wat minder succesvolle tijden die Nederland toch ook wel heeft gekend.)

Als je kijkt naar wat “succesvolle” landen in de wereld gemeen hebben, dan ligt het meer voor de hand om te wijzen op het politiek-economische stelsel dat die landen min of meer kenmerkt: een vrije-markteconomie, gebaseerd op particulier bezit, ingebed in een rechtsstelsel dat voor een eerlijke en onafhankelijke rechtspraak zorg draagt. Gelukkig maar, want dat betekent dat succes niets te maken heeft met DNA of moerasland, en dat ieder land in de wereld dat de vrije markt min of meer omarmt, succes kan hebben, zoals natuurlijk ook al vaak genoeg is gebleken in Latijns Amerika, Azië en Afrika.

De reden is eenvoudig: een markteconomie stimuleert deugden als verantwoordelijkheidszin en onderling vertrouwen en beloont ijver, fatsoen en eerlijkheid. In een collectivistisch stelsel daarentegen, waarin iedereen gelijke beloning ontvangt ongeacht zijn of haar inspanningen, en beslissingen op afstand worden genomen, wordt persoonlijk succes niet beloond.

Een land als Irak kan er alleen bovenop komen als het een fatsoenlijk juridisch-economisch stelsel in het leven roept, niet door een stel Nederlanders dijken te laten bouwen daar of de Irakezen te leren hoe ze moeten polderen. Irak zal er zeker niet bovenop komen door het recept van Van Lotringen te volgen, want ja, ook Van Lotringen geeft, net als zo’n beetje iedereen eigenlijk, de schuld van alle ellende in de wereld aan “liberalisering, deregulering en marktwerking”, en bepleit dat het individu “ondergeschikt” moet worden aan “de collectiviteit”.

Dat vinden ze daarginds al eeuwen, Cees. Het heeft ze niet veel verder geholpen.

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*